Bewust vaccineren

Steeds vaker worden er vragen gesteld bij de zin van vaccineren en in hoeverre entingen meer kwaad doen dan goed. Is vaccineren nog wel veilig en hoe gaan we om met de jaarlijkse vaccinatie. Hieronder een artikel welke een ander licht werpt op deze materie.

Le petit chien de Chasse pups worden tot nu toe op 7, 12 & 16 weken gevaccineerd uitsluitend met Nobivac Intervet. Onze Dierenarts komt meestal aan huis. Het schema wat wij hanteren is gemaakt door drs. Tannetje Koning. Wij zijn in bezit van een PDF bestand met de bijsluiter van Nobivac Intervet waarin staat dat de vaccinaties voor Parvo, hepatitis, hondeziekte en Rabiës 3 jaar werkzaam zijn.

Zin en onzin van vaccineren

Lezing drs. Tannetje Koning, Holistisch dierenarts

Virussen

Virussen zijn eencellige organismen die zich niet alleen voort kunnen planten. Ze hebben cellen nodig om zich te kunnen vermenigvuldigen. Dat zijn vaak hele specifieke cellen van specifieke diersoorten. Het parvovirus van de hond heeft bijvoorbeeld darmcellen nodig en het HCC-virus (besmettelijke leverziekte) heeft levercellen van de hond nodig. Doordat ze in de cellen gaan zitten is het ook moeilijk om ze te bestrijden. Alle chemische stoffen die virussen dood zouden kunnen maken moeten eerst de cellen waarin ze leven stukmaken en daardoor is het middel erger dan de kwaal.

De enige bescherming tegen virussen bestaat uit het afweermechanisme van het dier zelf. Dat kan zelf opgebouwde weerstand zijn of weerstand die op een kunstmatige manier tot stand is gekomen, namelijk door een enting. Bij een natuurlijke infectie met een virus komt het virus in het lichaam met verschillende soorten afweermechanismen in aanraking. De aspecifieke afweer, die ook werkt tegen bacteriën en zelfs tegen bijvoorbeeld een splinter die door de huid heen prikt. Het lichaam gaat dan aan het werk om dat wat er niet hoort af te breken en op te ruimen.

Naast deze aspecifieke afweer is er een specifieke afweer. Deze reageert op antigenen die op het virus (of de bacterie) voorkomen. Antigenen zijn eiwitten die op cellen voorkomen. Op alle cellen. Op virussen, bacteriën maar ook op de eigen cellen van het lichaam. Hierdoor herkent het lichaam eigen cellen en maakt het onderscheid tussen eigen en niet-eigen. Tegen niet-eigen cellen worden antilichamen gemaakt die de antigenen herkennen en de cel onschadelijk maken. Deze antilichamen blijven aanwezig.

Er zijn verschillende soorten antilichamen. IgA die in de slijmvliezen voorkomen, IgM die al heel snel na een infectie gemaakt worden en na enige tijd worden afgebroken en IgG die langere tijd aanwezig blijven als een soort bewaker om snel te kunnen reageren als er weer een infectie met hetzelfde virus optreedt. De hoeveelheid antilichamen kun je meten in het bloed. Een antilichamentiter wordt dat genoemd. Behalve de antilichamen omvat de specifieke afweer ook geheugencellen. Deze cellen worden opgeslagen in het lichaam en kunnen ook in actie komen als de indringer weer opduikt.

Deze geheugencellen kunnen niet worden gemeten en het is dus niet bekend of die aanwezig zijn. De enige manier om dat te testen is op proefdieren in zogenaamde challenge proeven. Hierbij worden zowel geënte als niet geënte dieren besmet met het betreffende virus. De dieren die niet voldoende beschermd zijn door eigen of kunstmatige weerstand zullen ziek worden of doodgaan, de dieren die wel bescherming hebben, of de een of andere manier, zullen niet of minder ziek worden. Maar dit is voor individuele dieren niet mogelijk.

Entingen

Eigenlijk proberen we met een enting een infectie met een virus na te doen, zonder dat het dier er ziek van zal worden. Dat doen we op twee manieren: met levende entstof en met dode entstof.

Levende entstof is een virus dat vermenigvuldigd is in een celsoort die hij eigenlijk niet zo prettig vind maar waarin het toch lukt om te vermeerderen. Baby-hamster-niercellen, of kippeneicellen worden er nog wel eens voor gebruikt. Hierdoor wordt het virus minder gevaarlijk, verzwakt. Geattenueerd heet dat. Het lichaam gaat wel antilichamen maken maar wordt niet ziek.Het risico van deze entstoffen is dat een dier met een slechte weerstand er toch ziek van kan worden of dat de ziekte verspreid wordt doordat het pas geënte dier virus gaat uitscheiden.

Dode entstoffen worden op een andere manier gemaakt: het virus wordt in stukjes gehakt, zodat de antigenen wel in het lichaam komen maar het niet ziek kan maken doordat het zich niet voort kan planten. Om ervoor te zorgen dat het lichaam wel reageert met het maken van antilichamen worden er stoffen toegevoegd die het lichaam aan het werk zetten. Adjuvantia worden die stoffen genoemd. Het nadeel van deze vorm van enten is dat het korter werkt, en dus herhaald moet worden. En dat de toegevoegde stoffen soms vervelende reacties kunnen geven.

Een enting is een zeer onnatuurlijke manier om met een virus in aanraking te komen.De aspecifieke weerstand wordt overgeslagen en het lichaam wordt in een keer geconfronteerd met verschillende virussen in zijn lichaam waartegen het opeens antilichamen moet gaan maken. Hierdoor wordt het immuunsysteem tijdelijk even overbelast. Hierdoor kunnen er ondertussen allerlei andere virussen of bacteriën hun gang gaan. Of een tumor die met veel moeite in de hand gehouden werd kan ineens de kop opsteken.

In Nederland gaat men er vanuit dat AIHA (Auto-immuun Hemolytisch Anemie) veroorzaakt kan worden door enten. Ik heb zelf gezien hoe een hond tijdelijk last kreeg van auto-immuun myositis na een enting. En Jean Dodds in Amerika heeft gevonden tijdens onderzoek naar schildklierproblemen bij Golden Retrievers dat er na een enting enige tijd meer antilichamen tegen eigen schildklierweefsel in het bloed circuleren.Allemaal aanwijzingen dat entingen een rol spelen bij auto-immuunziekten.

Ook zie ik geregeld dat allerlei virusinfecties de kop opsteken na een enting. Bijvoorbeeld dat een hond kennelhoest krijgt na een cocktailenting, of bloederige diarree. En een keer heb ik gezien dat een hond direct (twee dagen) na de enting een lymfosarcoom kreeg. Dat werd niet door de enting veroorzaakt maar waarschijnlijk wel doordat het immuunsysteem tijdelijk onderdrukt werd.

Naast deze reacties van het immuunsysteem zijn er ook acute reacties, zoals de allergische reactie. Hierbij kan de kop opzwellen of kunnen er jeukende bultjes (urticaria) ontstaan. Ook de honden die even geheel buiten westen raken hebben een allergische reactie.En sommige entstoffen kunnen vervelende tumoren veroorzaken. Vooral bij de kat zijn deze tumoren enorm kwaadaardig en vrijwel niet geheel te verwijderen.

Wat veel dierenartsen nog wel eens uit het oog verliezen is dat uitsluitend gezonde honden geënt mogen worden. Dus ook chronisch zieke honden en zeker als het immuunsysteem er bij betrokken is: niet enten! Dat staat ook nadrukkelijk vermeld in de bijsluiters van alle entingen.

Werkingsduur

Gelukkig, na al deze enge verhalen, werken de meeste entingen vrij lang. Uit onderzoek uit Amerika blijkt dat van 1400 willekeurige honden 95% een voldoende titer heeft tegen parvo en 98% tegen hondenziekte. Ander onderzoek geeft aan dat 85% van de honden die meer dan 4 jaar geleden waren geënt tegen hondenziekte een goede titer hadden. Ook in Utrecht zijn ze nu bezig met zo´n soort onderzoek.

Zelf heb ik een sneltest voor hondenziekte en parvo titers en kom ik ook tot de conclusie dat entingen zeer lang werken. De vier honden die langer dat twee jaar geleden waren geënt (drie daarvan 4 jaar geleden) hadden allemaal een goede titer. Alleen een Dobermann had een te lage titer voor parvo en die werd niet hoger na een enting. Dus de zongenaamde “gevoeligheid” van Dobermann´s en Rottweilers is geen gevoeligheid voor parvo maar een onvermogen antilichamen te maken als reactie op de enting.

Entingen tegen bacteriën zoals de ziekte van Weill, werken kort en moeten zeker elk jaar herhaald worden. Van de ziekten die in de cocktail zitten zijn parvo, hondenziekte en weill (leptospirose) het belangrijkste. Voor HCC is een keer enten genoeg en parainfluenza, adeno 2 en kennelhoest zijn geen gevaarlijke ziekten.

Jonge honden

Jongen honden zijn veel gevoeliger voor hondenziekte en parvo dan volwassen honden. Het is dus belangrijk ze goed te beschermen. Het lastige is dat de maternale antilichamen die ze van hun moeder meekrijgen, het aanslaan van een enting voorkomt. Dus zolang als de maternale antilichamen hoog zijn heeft het geen zin om te enten.

Alleen weten we niet wanneer die uitgewerkt zijn. Ergens tussen de 6 en de 12 weken loopt dat af. En dat gaat geleidelijk. Er is altijd een periode dat de maternale antilichamen verminderen en een enting nog niet aan kan slaan. Dat is de meest kwetsbare periode en die kun je niet omzeilen. In Amerika enten ze om die reden pups elke twee weken. Het mooiste is om de titer te bepalen en zo in te schatten hoe het met de bescherming gesteld is.

De zes weken enting is om deze reden, naar mijn mening veel te vroeg. Als deze een week uitgesteld zou kunnen worden is dat beter. Alleen moet de pup wel zeker een week voordat hij van eigenaar verandert geënt worden. Het verhuizen naar een andere omgeving geeft een behoorlijk risico op ziekten en de bescherming moet dan goed werken.

Als het lukt om dat op 7 weken te doen, dan kan er op 11 of 12 weken de cocktailenting gegeven worden. Alleen ziekte van Weill moet dan nog een keer herhaald worden. Verder zou het het mooist zijn om pas weer te enten als de titer laag wordt. Vanzelfsprekend kunnen we niet onder verplichte entingen uit. Dus voor pensions, shows en cursussen moet er gewoon geënt worden. Ware het niet dat er al fabrikanten zijn die aangeven dat de cocktail maar eens in de twee tot drie jaar hoeft. Mijn voorkeur gaat dan ook naar deze manier van enten uit.

Ook bij de rabiësenting is er al een fabrikant die aangeeft dat het maar eens in de drie jaar hoeft. Er is dus geen standaard entingsplan te maken. Zo min mogelijk maar dan zonder risico´s te lopen, dat zou het uitgangspunt moeten zijn. Mocht u behoefte hebben aan overleg over uw hond betreffende entingen dan kunt u altijd contact met mij opnemen:

Tannetje Koning – Centrum De Oase
Dorpsstraat 15b, 6731 AS Otterlo
T: 0318 590403     E: info@holistischedierenartsen.nl

Vaccineren op maat hoe doe je dat?